Ik heb een hele moderne papa die elke maandag niet zoals alle andere papa’s met hun broodtrommel in de file gaan staan, maar gewoon de hele dag lekker bij mij blijft. Mama gaat dan natuurlijk wel centjes verdienen, want die Pampers krijg je ook niet voor niks.
Gedurende de dag hebben we veel lol samen, papa en ik. We gaan meestal wat boodschappen doen, en met het mooie weer in de zomer wat rondfietsen. En natuurlijk allemaal nieuwe dingen ontdekken, zoals lopen en mijn tong.
Wat een mijlpaal. Alweer 1 jaar geleden vond ik het nodig om de wereld te gaan verkennen. En nu, een jaar later heb ik al heel wat meegemaakt: voor het eerst mijn papa en mama zien, warm zomerweer maar ook koud winterweer, de zee, het bos, echt eten, mijn eerste tandjes, kruipen, vallen, slapeloze nachten. Ik ben eigenlijk al ‘beebie-af’ maar vind dat ik nog niet echt voor vol wordt aangezien. Nou ja, vol wel. Maar dan in het gezicht.
En toen was het 30 april dan zover. Speciaal voor de gelegenheid had iedereen de vlag buitengehangen. Ik weet niet precies waarom ze dan ook oranje kleren aantrekken, maar dat zal wel iets met die vlag te maken hebben. Vandaag, de grote dag, is tante Vanessa, ome Bas en Youenne ons komen opzoeken. Daarnaast waren Oma, ander ome Bas en Kalani helemaal komen overvliegen van Bonaire om mij het eerst kaarsje te zien uitblazen. We houden het vandaag een beetje rustig, aanstaande zondag is pas het echte feestje, met zo’n 30 man in mijn huis.
Het was een bijzonder mooie lentedag, ongeveer 25 graden in de zon. Gemakkelijk met korte mouwen dus. Mama had een speciale taart laten overkomen uit Venlo, eentje die ze op het internet had gevonden en met allemaal kleurige rondjes erop. Tsja, waarom zou je ook een taart bij de plaatselijke bakker halen, toch? Wat je van ver haalt is lekker.
Ik heb alle kadootjes bijna helemaal zelf uitgepakt. Hoewel de inhoud van de pakken die binnengesleept werden ongetwijfeld een hoop waarde hebben vond ik het pakpapier an sich en de bijbehorende krullen ook wel mooi. De visite had erg hun best gedaan om iets moois uit te zoeken: Een schilderij van opa en oma, een echte fiets van Vanessa, Bas en Youenne (daar had Youenne ook op leren fietsen) en een echte interactieve Elmo robotpop van papa en mama. Hoewel ik bij die laatste het idee had dat papa ‘m ook wel erg leuk vond.
Soms moeten papa’s en mama’s ook hun sociale contacten onderhouden. Dus een uitnodiging van Tante Jolanda en Ome Graeme die samen met Jarno speciaal voor de Paashaas van Engeland naar Nederland zijn komen varen sloegen ze natuurlijk niet af. Ook Ome René, Tante Marcela, Felipe, Ome Rob, Tante Berber, Youri en Amélie waren van de partij.
Op naar de camping in Uden (ja die waar papa en mama elkaar hebben leren kennen, maar dat leggen ze vast nog wel een keer uit). Jarno was jarig geweest, dus allereerst natuurlijk kadootjes. Maar alleen 1 kindje kadootjes is ook maar alleen, dus de andere kindjes kregen natuurlijk ook wat. Daarna zijn we een stukje gaan wandelen, naar het pannekoekenrestaurant. Ik vond in ieder geval de koekjes lekkerder dan de pannenkoek.
Omdat papa’s en mama’s vroeger ook klein zijn geweest hebben we de dag afgesloten op de speelplaats, waar volgens ons de papa’s en mama’s meer lol hebben gehad dan de beebies. Ach, we gunnen ze ook wel eens een verzetje. Alleen jammer dat Ome René niet kan frisbie-en…
Lekker ’s maandags met papa op pad. Deze keer naar Antwerpen waar Bomma en Tante Viviane vol smart op me wachtten. Aangezien papa in z’n haast de drinkfles was vergeten hadden we meteen een goed excuus om even de stad in te gaan. Ik moest best een beetje wennen aan het Belgische, maar na mijn beker Fristi was het weer helemaal goed.
Na verwoedde pogingen van mijn papa werd het harde werken op 12 april dan toch beloond. Ik kan ‘papa’ zeggen. Niet dat ik echt weet wat het woord betekent, maar papa en mama zijn heel blij als ik het zeg. Wat mij betreft lijkt het erg veel op ‘dada’, iets wat ik maanden geleden al aan het brabbelen was. Maar ja, als papa en mama er blij mee zijn, mij best. Het tweede woordje wat ze me aan willen smeren is ‘mama’. Maar die ‘m’ ligt toch wat verder weg dan de ‘p’. Blijven oefenen dus…
Nadat ik in de vakantie het truukje had geleerd om van een liggende positie rechtop te kunnen gaan zitten was het tijd voor de volgende stap. Ik was al een tijdje gefrustreerd omdat er zoveel dingen te zien zijn, te voelen en te proeven. En ik zat daar maar. Weliswaar kon ik er naartoe rollen, maar dat staat zo raar. Een echte beebie kruipt, dus het was tijd om dat ook maar eens te leren.
De eerste fase van mijn plan van aanpak was het naar voren laten vallen als ik rechtop zit. Ik leunde nu op mijn handjes en duwde mezelf zo naar voren om op handen en knieën te verplaatsen. Vervolgens een stapje vooruit. Dat viel niet mee. Achteruit ging beter. Maar na verloop van tijd kreeg ik het dan toch te pakken, en was het tijd voor papa en mama om het huis beebiesafe te maken. Vooral de planten en het wijnrek vind ik bere-interessant, met name omdat papa en mama dan rare schuddende bewegingen met hun hoofd maken. Hun stem wordt dan ook anders. Grappig!
De kastjes waar allemaal leuke dingen instaan om in je mond te stoppen kunnen ineens maar een heel klein stukje open. Nou ja, niet allemaal want er zijn twee kastjes die wel opengaan, en daar kan ik gewoon papmeel uit halen.
Ik vind dat kruipen wel wat. Overal waar papa en mama naartoe gaan kan ik ze gewoon volgen. In de huiskamer, de garage en de keuken. Alleen de tuin vind ik niet zo. Behalve als er een zacht kleedje op dat rare groene prikkende spul is gelegd.
Het was alweer een tijdje geleden dat we naar het concentratie/frustratie/consultatieburo waren geweest om te wegen en te meten. Maar, in maart is het er dan toch weer van gekomen. En warempel, al dat eten en drinken dat ik verorber hebben een daadwerkelijk effect op mijn lichamelijke toestand uitgedrukt in kilo’s en cemtimeters.
We hebben het weer gehad, de vakantie zit er weer op. De één na laatste dag op het mooie eiland Bali hebben we nog een dagje een taxi gehuurd om ons een beetje heen en weer te rijden op het zuidelijke puntje van Bali. We zijn naar een heuse vismarkt geweest waar de exotische vissoorten, de één nog kleurrijker dan de ander, uitgestald lagen ter verkoop aan de lokale bevolking. We hebben zelfs een paar van die exemplaren op het strand opgegeten.
Na deze nautische ervaring zijn we doorgereden naar Ulluwatu, een tempelcomplex aan de zee, bovenop een rots. Een lieve oude dame was zo vriendelijk om met ons meet te lopen om ons zodoende te beschermen tegen de wilde apen, die overigens helemaal uitgeteld van de warmte op apegapen lagen en ons niet eens zagen staan. Laat staan aanvallen. Maar de lieve oude dame vond wel dat ze ons goed verdedigd had en dat dit dus heus wel 25 Euro waard was. Papa en mama vonden van niet, geloof ik.
Na de tempel beveelde mama de chaffeur ons bij de dichtsbijzijnde shopping mall te droppen om nogmaals een poging te doen iets voor zichzelf te kopen. Vorige keer was het namelijk niet helemaal gelukt. Helaas, ook deze keer weer bleek het niveau van de gemiddelde Balinese winkelier niet de moeite waard om een creditcard te trekken. Tot spijt van papa natuurlijk.
De laatste dag hebben we een beetje genikst aan het zwembad en zijn we in de namiddag naar het vliegveld vertrokken. Papa en mama waren best zenuwachtig, de ervaringen van de heenreis nog vers op hun netvlies gegrifd. Maar ik heb me deze keer goed gehouden en slechts even gehuild. De tocht was weer zwaar en lang, maar ik heb het grootste gedeelte in dromenland doorgebracht.
Nu, half vijf ’s middags in Nederland ben ik natuurlijk van slag af en wil ik niet slapen als ik moet slapen en val ik in slaap als ik moet eten. Dat wordt een paar daagjes acclimatiseren, ben ik bang…
Papa en mama beginnen nu een beetje te begrijpen waarom ik een paar dagen geleden zo slecht sliep. Tot grote verassing van mijn ouders zijn er ineens een paar witte harde dingen in mijn mond verschenen. Aan de onderkant zijn eindelijk mijn eerste tandjes tevoorschijn gekomen. Een memorabele datum, 27 februari. Nu kan ik nog harder in de vingers bijten van papa.
Ik kan rollen als de beste, kan lekker rechtop zitten en hard achterover vallen, maar de weg terug van horizontaal naar vertikaal was tot nu toe een exercitie die tot niets leidde. Tot grote frustratie van mezelf, want ik moet de hele tijd liggen spartelen totdat iemand mij weer rechtop zette. Vandaag heb ik besloten dat het maar eens afgelopen moet zijn met de flauwekul: vandaag ben ik voor het eerst zelf gaan zitten. Triviaal voor de meeste mensen, uitputtend voor een beebie van 10 maanden. Ik krijg er tenminste wel wat innerlijke rust door. Next up: kruipen.
Nog maar een paar dagen op Bali. Gisteren zijn we naar de dierentuin geweest (waar ik de kip in de kooi veel interessanter vond dan de bijna uitgestorven Bengaalse tijger). Vandaag een dagje aan het zwembad en morgen misschien nog een tour op het eiland doen. Nog veel te doen dus. Maar gelukkig help ik mijn ouders een beetje door om half zes ’s ochtends wakker te worden. Hebben ze tenminste een lekker lange dag…
Een beetje beebie kan op zichzelf passen, maar toen mijn ouders het plan gevat hadden een Balinese kookles te volgen vonden ze het nodig om een heuse ‘Indo-Nanny’ in te schakelen. Voor wel 2 Euro per uur stond de dame in kwestie te trappelen om mij in ontvangst te nemen. Ik vond het allemaal prima, ben niet zo eenkennig.
Papa en mama vetrokken om half 8 ’s ochtends naar een hotel in Kuta om aldaar onder leiding van een prive kok de fijne keepjes van het vak te leren. Allereerst naar de markt inkopen doen, en daarna 3 uur lang zwoegen en zweten in de keuken. Te beginnen met een Indonesische kippensoep (Ayam Soto) en vervolgens echte Rendang met kousebandbonen en als toetje bananen. En daarna natuurlijk alles opeten.
Papa en mamam vonden het best spannend om me zo alleen te laten maar de Indo_nanny was een getrainde professional (dat zag papa zo wel) dus alles was goed. Mama heeft wel de latente behoefte om de telefoon meer dan eens te willen checken moeten onderdrukken, maar uiteindelijk heb ik een prima tijd gehad, en de Nanny ook (die mij een ‘onwijs makkelijke super-beebie’ vond).
Gisteren zijn we naar Ubud geweest, een plaatsje ten noorden van Sanur. Dit idyllische plaatsje wordt gekenmerkt door de vele kunstenaars die daar wonen en in galerijen hun werk te koop aanbieden. Papa en mama wilde al lang een nieuw schilderij dus de bedoeling was om een beetje te gaan shoppen. Ik vind dat oude schilderij boven de bank prima, dus daar heb ik mooi een stokje voor gestoken. Gewoon kwestie van ff je mond opendoen als ze even stilstaan bij een schilderij.
Verder hebben we in Ubud een hele, hele lange wandeling gemaakt over de rijstvelden, door echte kleine dorpjes. Zelfs een gevecht gezien tussen twee pluizige beesten die elkaar de soep in hakte. Hoorde later dat het hanen waren en dat het om kippensoep ging. Het was een uitputtende wandeling van zo’n drie uur. Uitputtend althans voor mijn ouders, want ik zat gewoon te hele tijd in de rugzak bij papa te slapen.
In Ubud is ook nog een apenbos te vinden, waar zo’n 150, jawel, apen leven. Best brutale beesten. Tip van mama: geen koekjes aan beebies geven in de buurt van een aap. Aap vindt koekjes ook wel OK en is een stuk sneller dan een beebie van 10 maanden.
Morgen gaat papa duiken en gaan mama en ik een dagje aan het zwembad liggen.